Brochure

Atlas | 10 jaar Huis van het Nederlands

Overal Taal

Nederlands als taal



Anna

Anna

Ik probeerde om alles te onthouden. Waar is de metro, waar zijn de winkels. Ik kon niet veel verstaan. Ik bracht elke keer meer dan een uur door in een kleine winkel om rustig te verstaan wat ik eigenlijk kocht. Ik zag geen verschil tussen zoet, zout, zuur, zacht en had problemen om alleen boter te kopen. Ik probeerde dan om gemakkelijke gedichtjes te maken. Zoet is goed, zout is fout.

Nederlands is een wereldtaal

1 23 miljoen mensen hebben Nederlands als moedertaal.

2 Nederlands is de 8ste meest gesproken taal in Europese Unie, en de 37ste meest gesproken taal in de wereld (van de 6000 talen wereldwijd).

3 Nederlands is één van de tien belangrijkste talen op internet en in sociale media.

4 Nederlandse woorden zijn terug te vinden in andere talen:


Cursiste, vrij nerveus type en zware hooikoortspatiënte, herhaalt minstens één keer per week: “Ik heb altijd, altijd, altijd energie!” Waarop de hele klas: “Ne-eee, Rachida: ALLERgie!”

Engels Engels
(cookie → koekje, Santa Claus → Sinterklaas, ship → schip)
Frans Frans
(mannequin → mannekijn/mannetje, bière → bier, drogue → droge/waar)
Russisch Russisch
(норд → noord, шкипер → schipper, флаг → vlag, матрос → matroos)
Japans Japans
(biiru → bier, kokku → kok, gasu → gas)

Cursiste tijdens een marktspel: “ik wil graag 2 kilo moslim.” (i.p.v. mosselen)


Een cursist noemt docent steevast “lieveling” ipv “Eveline”.

Nederlands in evolutie

De spelling, spreeksnelheid, klemtonen en woordenschat van een taal veranderen continu. Woorden worden vergeten en elke dag komen er nieuwe woorden bij. Weet opa wat ‘surfen’, ‘holebi’ of ‘’updaten’ betekent? En ken jij volgende nieuwere woorden al?

1 sportelen - sporten voor ouderen

2 frietchinees – Aziatische frituurhouder

3 ontvrienden – het verwijderen van eerder toegevoegde vrienden van iemands contactenlijst op sociale netwerksites

4 wildbreien – breien ter versiering van de openbare ruimte

5 swag – komt van ‘swagger’ (‘een stoer loopje’,). Iemand met swag beweegt zich op een bepaalde manier, is knap en valt op.

6 wallah – Bij God, serieus, ik zweer het

7 saffi – (letterlijk) stop, ok

We leerden in de vorige les het woord ‘botsing’. Even herhalen, dus. De cursist komt er niet op, zegt ‘accident’, maar zoekt duidelijk naar het meer precieze woord. Ik doe zo even bevestigend met mijn twee vuisten tegen elkaar, echt een goeie botsing gevisualiseerd. Roept de cursist opgelucht : “Ah ja, een boksing!”


De hoofdstad van België is Brussel. Vraagt een cursist: “Wat is dan de voetenstad van België?”

Talen wisselen woorden aan elkaar uit. Dit gebeurt vandaag meer dan ooit tevoren. Zo kent de Nederlandse taal woorden uit onder andere het:

Jiddisch Jiddisch en Hebreeuws
koosjer, kapsones, roddelen
Arabisch Arabisch
alcohol, cijfer, magazijn
Engels Engels
bus, team, training

Er zijn geen woorden voor

Klimaat, cultuur en religie beïnvloeden de woordenschat van een taal:

1 In Vlaanderen regent het nooit zomaar. Het motregent, miezert, druppelt, giet, plenst, …

2 Sommige Nederlandse woorden kan je moeilijk letterlijk vertalen: ijzel, dijken, zakdoek, zebrapad, ziekenfonds, …

3 Het onderscheid tussen gezin en familie wordt in vele talen niet gemaakt, het woord gezin bestaat niet altijd.

4 Uitdrukkingen en zegswijzen zijn niet altijd voor iedereen duidelijk: uit je hoofd leren, de rode draad, met je mond vol tanden staan, een gat in de lucht springen, … Bovendien kunnen uitdrukkingen in een andere taal een andere betekenis hebben: in Vlaanderen is ‘na regen komt zonneschijn’ een positieve uitdrukking. In andere talen en klimaten heeft deze uitdrukking dan weer een negatieve bijklank.

Docent “Als je een U en een I naast elkaar zet, wat heb je dan?” Cursist: “Een probleem!”

Een cursist kent het woord ‘handschoen’ niet. Docent: “kijk, hand en schoen samen. Duidelijk hé?” De cursist: “Hoe? Handschoén? Handsok dan toch?”

Er zijn geen woorden voor

Soorten nederlands

Onze leeftijd, regio of herkomst bepalen welk type Nederlands we gebruiken. Bovendien gebruikt elke groep of generatie woorden of uitdrukkingen die niet iedereen begrijpt. Ieder heeft dus zijn taal.

1 Standaardnederlands: het Nederlands dat door de media, overheid en het onderwijs wordt gebruikt, vroeger ABN of Algemeen Beschaafd Nederlands genoemd.

2 In Nederland klinkt het Nederlands anders dan in Vlaanderen. Soms gebruiken Nederlanders en Vlamingen ook andere woorden en uitdrukkingen.

  • frieten – patat
  • er was geen kat – er was geen hond
  • zeker en vast – vast en zeker
  • wijsheidstand – verstandskies

3 Dialecten of streektalen: in Vlaanderen worden veel dialecten gesproken.

  • Aggetmorwét = Antwerps voor “Als je het maar weet”
  • Tes azuu = Gents voor “het is zo”
  • Wa paasde doevan = Brussels voor “wat denk je ervan”

4 Tussentaal of verkavelingsvlaams: is een taal die zich bevindt tussen dialect en standaardnederlands. Deze taal wordt dikwijls op televisie gesproken.

5 Jongerentaal is voor de ene taalverloedering, voor de andere taalverrijking.

  • Ewa kardasj, geen tnawis. Hé broer, niet rond de pot draaien.
  • Kifash: Hoezo ?
  • Chillen: rondhangen

6 Chat- en sms-taal

  • Hoest: Hoe is het?
  • Suc6: succes
  • Slukes: Dag
  • THX: thanks

7 Sporttalen en beroepstalen: elke sport en vakgebied heeft een eigen woordenschat. Denk bijvoorbeeld aan de termen offside, balcirculatie en positiespel uit het voetbal. Of denk aan medische begrippen zoals cholesterol, bloeddruk en dna-analyse.

Bij het invullen van de agenda: In geval van nood verwittig… Een cursist zegt : “Mijn huisbaas.” “Je huisbaas?”. “Awel ja, mijn vrouw…”

mensen maken de taal

Mensen maken de taal, de taal maakt de mensen

Taal is meer dan een verzameling van woorden. Het is een deel van onze identiteit en beïnvloedt onze ideeën en overtuigingen.

Een taal leer je niet alleen met woordenschat en grammatica. Elke taal heeft ook zijn stemvolume, stemhoogte, intonatie, emotionaliteit en ritme. Dit bepaalt mee de boodschap. Zo wordt luid praten door veel mensen als respectloos gezien. Een te lange stilte ervaart men in het Westen als ongemakkelijk. Aziaten vinden lange stiltes dan weer normaal.

Zonder dat je het beseft, beheers je de nuances van je moedertaal. Leer je een nieuwe taal? Dan moet je die nuances stap voor stap leren.